(Bron NRC 17 juni 2020 – Opinie)

Kunstsubsidie De Raad voor Cultuur moffelt in zijn advies urban arts en popmuziek weg. Het beleid werkt niet, het systeem is stuk, stellen John Agesilas, Luc Deleau en Kees Heus.

Tijdens de uitvoering van een concert door musici Farid Sheek en Maya Fridman op 7 mei dit jaar is er geen publiek in het Rotterdamse theater De Doelen.

Tijdens de uitvoering van een concert door musici Farid Sheek en Maya Fridman op 7 mei dit jaar is er geen publiek in het Rotterdamse theater De Doelen.Foto ROBIN UTRECHT/EPA

Deze cultuurperiode was zwanger van de belofte dat de urban arts en popmuziek volwaardig zouden toetreden tot de Basisinfrastructuur (BIS), het culturele fundament van Nederland. Die hoop lijkt met het advies van de Raad voor Cultuur vervlogen. Een kleine 0,5 procent van het podiumkunstbudget gaat naar urban arts. Voor de popmuziek is er een aandeel van 0,15 procent.

Het beleid werkt niet, want het systeem is stuk. Maar vergeet de impact op de makers, de artiesten. Deze keuze is voor ons allemaal gemaakt, ook voor u.

Op 4 juni gaf de Raad voor Cultuur een bindend advies. Van de 149 miljoen die tussen 2021 en 2024 jaarlijks verdeeld wordt over de podiumkunsten gaat 99,39 procent naar wat in de volksmond klassiek en modern repertoire heet.

Stereotype aanduiding

Vraagt u zich af wat ‘urban arts’ zijn? Wij ook. Het is een stereotype aanduiding, door de scene niet omarmd, maar wel als beleidslabel van bovenaf opgedrongen. Een Hollandse stamppot aan dans, muziek, poëzie en andere kunstdisciplines met, in de volksmond, ‘zwarte roots’. De Grammy Awards die jaarlijks de belangrijkste muzikale prijzen in de Verenigde Staten uitdeelt, schrapten vorige week de categorie ‘Urban’ als „ongepast en niet meer van deze tijd”. Tyler The Creator, winnaar van deze categorie zei: „Het is niets minder dan de politiek correcte kwalificatie van het n-woord”.

Ook in Nederland leidt de term tot de vrijwel onmogelijke opgave voor deze scene om zich formeel te verenigen en aan tafel te zitten met de minister. In het schrappen ervan ligt direct de uitweg uit die impasse. Laat het los en zie, we zullen zonder beperkingen toetreden tot de BIS met theater, dans, muziek en meer.

Hoe de Raad voor Cultuur diversiteit en urban arts ziet, werd door voorzitter van Hees zelf in het filmpje voor de bekendmaking geïllustreerd. Rapper Typhoon die meespeelt met het Amsterdam Sinfonietta. Dat is volgens de raad een voorbeeld van succesvol beleid. Dan krijg je een nieuw publiek binnen, „met behoud van het mooie,” aldus de voorzitter.

Het deed ons meteen denken aan het artikel „Stop met het opdringen van witte cultuur,” van cultuurpausen Melle Daamen en Clayde Menso, augustus vorig jaar in NRC. Zij schreven: „Het huidige beleid is erop gericht om hen bij onze instellingen en onze kunst te betrekken. Heel paternalistisch, en eenrichtingsverkeer.”

Wat is er gebeurd?

Cultuur zou nu écht voor iedereen worden, beloofden minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) en de Raad voor Cultuur. Onderdeel zijn van de BIS betekent dat je vier jaar lang (het gaat nu over de periode 2021 – 2024) ondersteund wordt in het realiseren van je plannen, in het laten schitteren van je cultuur. Via deze BIS bepalen de minister en de Raad voor Cultuur dus niet alleen de toekomst van cultureel Nederland, maar ook waar wij allemaal de komende tijd van gaan genieten. ‘Cultuur van en voor iedereen’, was het motto van de Rijksoverheid, ook in het animatiefilmpje dat de uitgangspunten van het beleid van de minister uitlegt. Openingsscène: een donkere deejay, veel gekleurde poppetjes en een vrolijke boodschap voor ons allemaal.

Lees ook: Stop met opdringen van witte cultuur Diversiteit en inclusiviteit waren belangrijke pijlers onder het beleid van de minister. Een plaats in de BIS moet ervoor zorgen dat het gebeurde en de gesubsidieerde cultuur diverser en inclusiever wordt. Uitgangspunt van de minister: „De urban arts bestaan al sinds de jaren tachtig en zijn niet meer weg te denken uit het Nederlandse cultuurlandschap. Toch is dit deel van het kunstenlandschap nog nauwelijks terug te vinden in de basisinfrastructuur. Dat wil ik de komende periode veranderen. (…) Verbreding en vernieuwing zijn een noodzaak om het cultuuraanbod bij de tijd en aantrekkelijk te houden voor de hele bevolking.”

De rockband De Staat is de enige in de popsector die tot het podiumkunstenbudget werd toegelaten. Van de aanvragen die de Raad voor Cultuur verstaat onder urban arts is alleen jeugddanstheater Aya toegelaten tot het podiumkunstenbudget. De paar andere organisaties die onder urban arts vallen, zoals het Hiphophuis, DOX en Emoves zijn toegelaten tot de categorie ‘ontwikkelinstelling’.

Niet representatief

Maar een paar ontwikkelinstellingen en één jeugddanstheater zijn niet representatief voor wat Nederland te bieden heeft. In een vruchtbaar ecosysteem is er ook een plek waar dat gekweekte talent wind onder de vleugels geblazen krijgt. Summer Dance Forever is zo’n lanceerplatform voor urban dans, Eurosonic Noorderslag voor de popmuziek. Deze festivals creëren een internationale markt voor het talent dat voortkomt uit die ontwikkelinstellingen. Ze kregen een positieve beoordeling van de Raad voor Cultuur, maar mogen toch niet meedoen.

De Raad voor Cultuur adviseert om urban arts en popmuziek festivals pas in de cultuurperiode 2025 – 2028 op te nemen, een terugkerende reflex. Het huidige systeem bevoordeelt bepaalde groepen en ook dat horen we al te lang. Is dit wat we willen? Is dít cultuur voor iedereen? Of zijn volgens de Raad voor Cultuur sommigen toch wat meer ‘iedereen’ dan anderen?

We vragen de minister om zich te houden aan haar eigen visionaire woorden. Om daadwerkelijk ruimte te maken voor festivals in alle disciplines en meer geld beschikbaar te stellen voor de urban arts en popmuziek. Urban arts en pop zijn volwaardige kunstvormen, artistiek vernieuwend, van niveau en relevant, voor iedereen.